Geplaatst op Geef een reactie

Tips voor amigurumi haken

Amigurumi-haakpatronen-happy-crochet-patterns-haakpatronen-shop

Amigurumi haken komt oorspronkelijk uit Japan. Het zijn eigenlijk gebreide beestjes, maar wij kunnen ze natuurlijk ook haken! 🙂
Bij deze techniek zijn er een paar handigheidjes die fijn zijn om te weten, en daarom heb ik een paar tips voor amigurumi haken voor je.

Steekmarkeerder (altijd doen!)
Gebruik altijd een steekmarkeerder! Je kunt ze bij elke handwerkwinkel kopen. Heb je ze niet in huis en wil je al beginnen? Je kunt ook een veiligheidsspeld gebruiken of gewoon een stukje garen. Omdat je bij amigurumi in het rond haakt, is het lastig om te zien waar je toer eindigt en de nieuwe begint. Doe een steekmarkeerder in de laatste steek van je toer, haak door aan de volgende toer, ben je bij de steekmarkeerder aangekomen, haal hem er dan uit, haak in de laatste steek en doe de steekmarkeerder weer terug in de laatste steek van deze toer.

Haken met katoen
Als je amigurumi haakt, is het handiger, zeker als je net begint, om met katoen te haken. Katoen is wat gladder en je kunt hierdoor je steken beter zien. Scheepjes Catona is een ideaal amigurumi garen. Je haakt met naald 2,5 of 3. Behalve dat het fijn haakt, is Catona er in ongeveer 100 fantastische kleuren en in bollen van 10, 25, 50 en 100 gram. Je haakt bij amigurumi vaak met verschillende kleuren, en dan zijn kleine bolletjes ideaal!

Toer niet sluiten
Dit is een hele belangrijke bij amigurumi haken! Bij haakcursussen die ik heb gegeven kwamen vaak dames die hadden geleerd om elke toer te sluiten met een halve vaste en de nieuwe toer dan te beginnen met een losse. Niet doen! Sluit de toer niet met een halve vaste en haak gewoon door met de volgende toer. Anders krijg je een streep over je werk en dat is niet mooi.

Magische ring

De magische ring is het begin van je haakwerk als je amigurumi haakt. Het is een rondje met daarin meestal 6 vasten van waaruit je verder gaat haken. Het vergt wel wat oefening om de magische ring onder de knie te krijgen. Het ‘magische’ aan de magische ring is dat je hem dicht kunt trekken, zodat je geen gaatje hebt bij het begin van je haakwerk.

Hoe haak je de magische ring:

Maak een lus met de draad en zorg dat de lange draad bovenop ligt (zie foto 1).  Steek de haaknaald in de lus (zie foto 2) en haal de lange draad door de ring naar boven (zie foto 3). Dit is de magische ring.

Nu ga je een losse haken. Sla de draad van achter naar voren om de haaknaald (zie foto 4) en haal de draad naar voren door de lus die over je haaknaald zit. Je hebt dan 1 lus op je haaknaald (zie foto 5).

Nu ga je vasten haken in de magische ring. Je steekt de haaknaald van voren naar achteren in de magische ring. Sla de draad van achter naar voren om de
haaknaald (zie foto 6) en haal de draad door de ring naar voren. Je hebt dan 2 lussen op je naald (zie foto 7).

Sla de draad weer van achter naar voren om de haaknaald (zie foto 8) en haal hem door allebei de lussen op je haaknaald. Je hebt nu 1 vaste gehaakt in de magische ring (zie foto 9). Haak nog 5 vasten op dezelfde manier (zie foto 10). Als je 6 vasten hebt gehaakt trek je aan de korte draad en daardoor sluit je de magische ring (zie foto 11).
Als je nog een toer haakt kan het zijn dat de magische ring weer een beetje open gaat. Trek dan nog een keer aan de korte draad om hem weer te sluiten.

Onzichtbaar minderen
Steek de haaknaald in de voorste lus van de steek en daarna gelijk in de voorste lus van de volgende steek, sla de draad om de haaknaald en haal de draad door beide lussen naar voren, sla de draad om de naald en haal hem door de lussen op je naald.
Door op deze manier te minderen zie je het niet aan de buitenkant en dat is mooier. Aan de binnenkant van je werk blijven wel de 2 achterste lussen over, maar omdat dat aan de binnenkant van je knuffel komt te zitten zie je dat toch niet.

Kleurenwissel
Bij amigurumi haak je vaak met verschillende kleuren. En het is mooier als de overgang van de ene naar de andere kleur zo min mogelijk zichtbaar is.
Als je van kleur wilt wisselen, haak dan bij de laatste steek met de ‘oude’ kleur een halve vaste, in plaats van een vaste.
Steek je naald in de steek en haal de draad met de ‘nieuwe’ kleur op. Je hebt dan een steek in de ‘oude’ kleur, met een lus in de ‘nieuwe’ kleur. Je kunt dan zo verder haken met de ‘nieuwe’ kleur. Haak bij de 1e steek met de ‘nieuwe’ kleur ook een halve vaste in plaats van een vaste. Je krijgt dan een mooiere kleurovergang.

Wil je deze tips uitproberen? Amigurumi haakpatronen vind je hier.